Harde confrontatie in Colombia

Dus.

We zijn met de kids in Colombia en er is er maar één iemand die een kam bij zich heeft. Hij slaapt bij mij op de kamer en ik ben het niet. En als ik op de derde ochtend onder de douche vandaan stap, bevindt deze kam zich vier kamers verderop, bij de Dochter. Die moet ik dus halen en omdat ik niet met suikerspinhaar door het hotel wil lopen, zet ik de nieuwe sombrero van de Man – doorsnee een halve meter – op mijn hoofd (don’t ask).

Ik open mijn hoteldeur, kijk links en rechts en haast me door de gang. Ik klop op de deur van de Dochter en besef na drie klopjes dat ik bij de verkeerde deur sta.

Het is halfzeven ‘s ochtends.

Ik spurt een deur verder en klop ook daar aan. Ondertussen begint er in de vorige kamer een baby te huilen. Heel hard. Lauren doet maar niet open en ik sta en plein public met een sombrero op in een hotelgang waar ik net een baby heb wakker geklopt. Ik klop nog een keer, en prak me zoveel mogelijk tegen de muur aan om onzichtbaar te worden. De enorme sombrero bemoeilijkt dit proces aanzienlijk. Uit de klopkamer klinkt nu naast babygehuil ook mannengeschreeuw. Ik weeg af hoe erg het is om met vogelnesthaar bij het ontbijt te komen.

Lauren’s deur gaat eindelijk open. Ik probeer naar binnen te glippen maar dat mag niet want de Schoonzoon is bloot. Ik leg het verhaal uit aan mijn liefhebbende Dochter, in hoop op een schuilplaats. Ze stopt me echter onbewogen de kam in mijn handen en zegt, net voordat ze de deur voor mijn neus dichtslaat: ‘Rennen mam’.

 

Vind je mijn verhalen leuk? Check mijn boek: Het Land van Alles!

Waarom Top Gun 2 me aan het huilen maakte

Zondag naar Top Gun 2 geweest. Gekwijld, maar dat geheel terzijde.

Zo’n 29 jaar geleden – ik was stewardess bij KLM – vloog ik van Amsterdam naar Goosebay, om een stel fighter pilots weg te brengen. Zij trainden daar hun ‘laagvliegskills’. Dezelfde dag vlogen we de collega’s die ze aflosten van Goosebay naar Amsterdam.

Daar zat hij bij, de Man waar ik anderhalf jaar later mee trouwde. (Kwijlend, want meine gute wat was hij knap.)

Thuisgekomen van die Goosebay-vlucht keek ik op zijn aanraden de film Top Gun. Het was een goede weergave van hoe het vliegen van straaljagers werkt, had hij gezegd. In de jaren daarna keken we hem nog vaak samen en – lucky bastards – lieten we hem zien aan onze zoon, aan onze tweede dochter en aan onze derde wolk.

We vlogen vóór ons huwelijk nog een jaar samen bij KLM. Jong, verliefd en de toekomst aan onze voeten. En na bijna 40 jaar tot in zijn tenen piloot te zijn geweest, gaat de Man over twee weken met pensioen.

Ik vloog de laatste maanden zoveel mogelijk met hem mee en het voelde net als vroeger. We genoten en genieten op ons allerhardst van de laatste weken bij de blauwe club. En het besef dat aan alles een eind komt is bitterzoet.

Bitter, omdat Arno tegen zijn wil moet stoppen met de baan die hem past als een opgeblazen zwemvest. Zoet, omdat we nu vrij zijn om te besluiten hoe we de rest van onze leeftijd willen gaan doorbrengen.

On top of that zijn we heel dankbaar dat we het samen nog net zo leuk hebben als in de tijd van die eerste Top Gun-film. Dat Top Gun 2 op dit moment uitkomt is dus een mooi voorbeeld van een cirkel die rond is. Vanaf nu wordt alles anders en ja, ik kijk er steeds meer naar uit.

Bijna kwijlend.

 

NIEUWE RUBRIEK: Dikke Tip van Mik de Hond

Ik heb een fobie. Tenminste, zo noemen mijn baasjes het. Die blonde is kootsj ofzo en houdt van dat soort woorden. Die grijze praat die blonde gewoon na.

Anyway,

Ik loop dus niet op gladde vloeren. Ik ben gekke Henkie niet. Voor je het weet glij je uit en dat doet op mijn leeftijd hartstikke zeer aan je poten.

En aangezien die grijze en die blonde veel reizen, logeer ik vaak bij die kleine. Die al dat eten op de grond heeft liggen in die mini-kamer. Maar die vloer is ook spekglad.

Daar loop ik dus niet op.

Daarom neem ik altijd mijn antislipmatten mee. Ik heb er twee. De blonde levert me standaard af met die antislipmatten, met m’n kingsize mand en met m’n logeertas. Dat is een heel gesjouw.

En dat interesseert me vrij weinig.

Want (en hier komt m’n tip): als ik niet krijg wat ik wil houd ik gewoon mijn poten stijf. Ik zet geen stap. Geen slipmat? Dan doe ik geen logeerpartijtje en heeft die blonde dus geen reisje naar Meggico.

Jammer zeg. 

Dus lieve mensen, de moraal van dit verhaal: stuur brokken (ik hou ook van eierkoeken).

Recensie van Het Land van Alles door Lily

Als je dan tien jaar aan je boek werkt.

Omdat je zo graag wilt dat kinderen zichzelf wat beter snappen. Dat ze een soort handleiding krijgen voor zichzelf. Een ‘shortcut’ naar moeitelozer leven, voordat de volwassenheid toeslaat.

En dat je dan dit filmpje krijgt van Lily. Die er precies uithaalt wat voor haar op dit moment blijkbaar belangrijk is: dat je je schaduwkant niet hoeft te verstoppen. Wees brutaal, slordig, lui, wispelturig, chagrijnig, teruggetrokken, gek, onvoorspelbaar, druk, saai, zwak, ongeduldig of arrogant als je dat nodig hebt.

En dat dat zo een verademing kan zijn als dat mag.

Dan laat je wel even een traantje hoor.

(Hier te koop: https://www.vanbrugboeken.nl/…/het-land-van-alles…/)

Waar ik me heel erg voor schaamde

 

Er was iets, diep in mij, dat ik stiekem afkeurde. Ik schaamde me ervoor. Het was een eigenschap die ik niet wilde.

In mijn boek noem ik dat een Diamant.

Het is een eigenschap die je wegdrukt omdat je omgeving er negatief op reageert. Of omdat je denkt dat het je een slechter mens maakt.

Sommigen noemen het een schaduwkant. Maar ik koos ervoor om het een Diamant te noemen. Een Diamant groeit in het donker, en je kunt hem pas polijsten als je hem in het licht houdt. En dan kan het opeens je meest waardevolle bezit zijn.

De eigenschap waar ik me voor schaamde was mijn inconsistentie. Dat ik de ene week elke dag teken en de volgende week m’n potloden niet uit dat beeldige etuitje haal. Dat ik drie weken om de drie dagen blogs post en dan een half jaar niks. Dat ik de ene week vier sociale afspraken heb en vervolgens drie weken in kluizenaarschap leef. Dat ik de ene week het hele huis schrob en in een andere week wakker wordt met vijf volle wasmanden en uit de ijskast kruipende parmezaanse kaas.

En nu, heel langzaam, in mijn 54ste levensjaar, kom ik erachter dat het een pracht van een Diamant is.

Want het leven is geen rechte lijn, het is een golvende cirkel. Er zit een ritme in. Het ritme van dag en nacht, wat ons moe maakt en weer wakker. De maancyclus, die zorgt voor eb en vloed. De hormooncyclus, de jaargetijden, alles is een gezonde afwisseling tussen opbouw en afbouw.

Tussen werken en rusten.

De ene keer voel ik me sociaal en wil ik iedereen zien, de andere keer wil ik alleen zijn. De ene week voel ik me energiek en de andere week heb ik rust nodig. De ene dag wil ik schrijven, de andere dag alleen maar met verf en potloden bezig zijn.

En hoe ouder ik word, hoe meer ik dit respecteer. Accepteer. Ik schrijf niet elke dag. Ik teken niet elke dag. Ik ben niet elke dag gezellig. Ik luister naar mijn lichaam en doe een dagje rustig aan, doe een weekend lekker sociaal of plan een avond Netflix met een zak chips.

En zo maakte ik, heel inconsistent maar met heel veel plezier, een boek over het vinden en waarderen van je eigen schatten.

Mijn eigen Diamant heb ik onder de loep gelegd en ik slijp hem elke dag een beetje bij. Door te luisteren naar wat mijn lichaam nodig heeft. Door te luisteren naar wat mijn hart die dag wil. En door naar mijn hoofd te luisteren als iets echt even moet gebeuren.

Ik word daar heel gelukkig van.

Hoe ziet dat er uit in ‘Het Land van Alles’

Download hier gratis het werkblad ‘Diamant’! Het boek is in de voorverkoop bij oa Bol.com.

    We respect your privacy. Unsubscribe at any time.

    Walk of Shame

     

    Ik heb zo’n lekker broekpak. Zo’n ding dat je even snel aantrekt als je boodschappen gaat doen en het buiten pufwarm is. Fijn stofje ook, ik blijf er koel in en zie er toch sjiekerig uit in het winkelcentrum.

    Daar was ik dus, in het winkelcentrum en terwijl de Man zijn vaccinatie haalde paste ik snel wat zwarte bikinibroekjes bij Decathlon. Ook zo handig om te hebben, neutraal-zwarte bikinibroekjes.

    Lekker allemaal dus.

    Broekjes in the pocket, snel nog even naar de doe-het-zelf-winkel voor zwarte nietjes (don’t ask) en dan met wat poké bowls naar huis voor de voetbalwedstrijd.

    In de rij bij de doe-het-zelver keken mensen naar me.

    ‘Arno, waarom kijkt iedereen naar me?’ vroeg ik nog.
    ‘Omdat je blond bent,’ zei de Man met haast.
    En hij trok me mee naar de zelfbedieningskassa, want dat gaat lekker snel als je de wedstrijd niet wilt missen.

    Allora.

     

    Ik rende nog even de supermercato in voor die poké bowls en bij de kassa zei de cassiere iets over mijn pak. In rap Italiaans. Ze vroeg iets over de binnenkant en ik nam aan dat ze m’n pak net zo leuk vond als ik dus bedankte ik haar. En dat ik haast had, want de wedstrijd. Ze lachte naar de volgende klant.

    Zoals altijd drong wat ze zei pas een minuut of twee later tot me door en keek ik op de roltrap naar beneden, naar mijn beeldige broekpak.

    Het zat binnenstebuiten.

    En Nederland verloor.

     



    Hoe je een doorzetter wordt door een plank mis te slaan

    Na mijn eindexamen deed ik wat van VWO’ers verwacht werd: ik ging studeren. Eerst economie, maar my god wat vond ik dat saai. Ik stapte over naar acupunctuur, maar viel steeds flauw bij de lessen over zwarte zweren en gele pus. Ik kreeg een geweldige baan bij KLM en studeerde ondertussen psychologie in Leiden. Tot ik een stoere straaljagerpiloot leerde kennen die in Leeuwarden woonde, of all places. Ik gaf de studie op en ging vliegbabies maken.

    Ik genoot. Dit was wat ik fulltime wilde doen: knutselen, knuffelen en kneuteren.

    En toch, dat psychologie há, dat bleef naar me lonken. Met van die dikke klonterige mascarawimpers. Maar ik was al zo vaak een studie begonnen zonder het af te maken. Ik schaamde me. Ik vond mezelf een afhaker.

    Op mijn veertigste deed ik nog één opleiding.

    Zo’n 16-daags persoonlijk ontwikkelingstraject waarin je groepsgewijs al je issues in de kring gooit en er, met behulp van professionele begeleiders, soep van probeert te maken. Maar dan met emoties in plaats van bouillonblokjes. Angst en verdriet en meer van dat soort sterk spul.

    Ik deed het best goed. Ik gooide onbeschaamd alle narigheid die ik vanbinnen kon vinden op de hoop en het werd, al zeg ik het zelf, een smeuiig soepje waar iedereen enorm van smulde.

    En echt, ze zeggen het én het is waar: als je dingen waar je je voor schaamt of waar je bang voor bent in de schijnwerpers zet, zien ze er opeens een stuk minder eng uit.

    Toen de laatste dag en de loop-over-de-gloeiende-kooltjes-test kwam – in deze 16-daagse was dat de breek-een-plank-met-een-karateslag-test – vertrouwde ik er dan ook op dat dat goed zou gaan. En de begeleider ook, wist ik. Hij liet duidelijk merken dat hij trots op me was.

    Het gaat je lukken! (big smile en duimpje omhoog)

    Misschien had ik last van de hoge verwachtingen. Misschien had ik toch nog te veel twijfels. In ieder geval stond ik daar, middenin de zaal, in mijn paarse powerdress en mijn hand in karatehouding boven het stuk hout. Chariots of fire van Vangelis galmde uit de luidsprekers. Mijn medecursisten joelden me toe.

    Je kunt het Annie!

    Ik deed mijn hand omhoog en sloeg zo hard mogelijk op de plank.

    Die gaf geen centimeter mee.

    Geeft niks!
    Straks nog een keer!

    Maar het kwaad was al geschied. Daar waren ze, de verlammende gedachtenmonsters:

    Het gaat toch niet lukken.
    Je stelt iedereen teleur.

    De begeleider fluisterde me bemoedigingen toe, terwijl om me heen anderen onder luid gejuich hun planken braken. Weer was ik aan de beurt. Weer brak de plank niet. Weer aanmoediging.

    Ik sloeg nóg harder. Weer mis.

    Toen kwamen de tranen. En de vrouwelijke begeleidster. Ze greep me bij mijn schouders, keek me diep in de ogen en zei langzaam:

    Wat ben jij een doorzetter.

    Ik liep naar de plank toe. Ik haalde diep adem. En de plank brak alsof hij een lucifershoutje was.

    Sindsdien geef ik nog zelden op: ik maakte mijn psychologiestudie af, opende een coachpraktijk en schreef boeken tot de laatste punt.

    Wat ik eigenlijk zeggen wil: vaak is wat ons tegenhoudt een simpele gedachte in ons hoofd. Een combinatie van woorden, letters, gebakken lucht.

    Ik heb geen talent
    Ik ben niet creatief
    Ik hou het toch niet vol
    Ik ben te oud om iets nieuws te beginnen.

    Denk het tegenovergestelde. Of geef ze geen aandacht. En dan niet meer trutten.

    Gáán!

    Kardinalen zijn echt niet goed bezig: hier lees je waarom

    Dit is een Kardinaal. Een rode.

    De vrouwtjes zijn onopvallend bruin, de mannetjes zijn felrood, net als hun naamgenoten in de Rooms-Katholieke kerk. De mannelijke Kardinalen dragen hun rode kleedjes voor de seksuele selectie: ze lokken er vrouwtjes mee, om samen te paren.

    (Ik heb het nog steeds over de vogelwereld, hè mensen.)

    Veel mensen denken dat de mééste vogelmannetjes felgekleurd zijn, om de vrouwtjes te imponeren. Dat is niet waar. Vogels die sober gekleurd zijn, gaan beter op in hun omgeving en zijn dus beter beschermd tegen roofdieren. Natuurlijke selectie laat mannetjes en vrouwtjes in de hele vogelwereld daarom steeds meer op elkaar lijken.

    Het is voor het voortbestaan van vogels van het grootste belang dat er zo min mogelijk verschil is tussen de geslachten. Helaas lopen de Kardinalen nog een beetje achter.

    (Ik heb het nog steeds over de vogelwereld, hè mensen…)

    Het tegenovergestelde van depressie is spelen

     

    In het boek van Brené Brown, The Gifts of Imperfection, las ik een quote waar ik het helemaal mee eens ben. (vertaling is van mij)

     

    Het tegenovergestelde van spelen is niet werken – het tegenovergestelde van spelen is depressie. Het respecteren van onze biologisch geprogrammeerde behoefte om te spelen kan werk transformeren. Het kan weer opwinding en nieuwigheid aan je werk toevoegen. Spelen helpt ons omgaan met moeilijkheden, voorziet in een gevoel van ruimte, uitgestrektheid, versnelt het onder de knie krijgen van een vaardigheid en is een essentieel deel van het creatieve proces. Maar het belangrijkst is, dat waarachtig spelen, dat uit onze eigen innerlijke behoeften en verlangens komt, is het enige pad naar blijvende vreugde en bevrediging in ons werk. Op de lange termijn werkt werkt niet zonder spelen.

     

     

    Omdat ik niet meer in de zandbak mag, kocht ik het The Steal Like an Artist Journal van Austin Kleon en ik heb er zo’n lol mee. Het helpt me om mijn hoofd eens totaal de andere kant op te laten denken met opdrachten als

    • maak op deze pagina een mix-bandje voor iemand die jou niet kent
    • 10 dingen waarover ik vermoedelijk meer nadenk dan de gemiddelde persoon
    • stapel boeken op elkaar, maak een gedicht van de ruggen en teken de stapel
    • schrijf op deze pagina iets waarvoor je zou kunnen worden ontslagen, verbannen of verstoten (kras het goed door, zodat niemand het kan lezen)
    • maak een collage van dingen uit je prullenmand
    • schrijf 10 dingen op die je wilt leren

    Een perfect cadeau voor op je verlanglijstje voor Sinterklaas (want je wist toch niet wat je wilde vragen).

     

     

     

    Hotel Mama

    Ik ga even op tekenexpeditie!, roep ik naar mijn huisgenoten, voordat de deur met een klap achter me dichtslaat. Het is winderig in de hal van het appartementencomplex.

    Binnenshuis voelt het óók stormachtig vandaag. De studentendochter heeft veel te regelen en heeft me daarbij vaak nodig. Een standby hulptroep ben ik. Een rol die ik mezelf in 24 jaar moederen heb aangemeten, want wie wil er nou niet onmisbaar zijn?

    Maar de laatste tijd voel ik steeds vaker dat het tijd wordt om de deuren van Hotel Mama te sluiten. Heel zachtjes.

    Dus prop ik mijn schetsboek en pennetjes in mijn mini-rugzak, spring ik op mijn fiets en trap ik tegen de wind in naar de binnenstad van Delft. Ik kijk aandachtig om me heen, op zoek naar huizen waar ik een kriebel van krijg.

    Net achter de Nieuwe Kerk vind ik het: een schattig hotel, in rood- en oranjetinten. Ik installeer me op het bruggetje ertegenover en zo verdwijn ik twee uur lang in het precies natekenen van de lijnen waaruit het hotel bestaat.

    Als de meewind me weer naar huis heeft gebracht, heeft het kind alles natuurlijk piekfijn geregeld. Zonder mij. Op dit moment is het voor iedereen blijkbaar beter dat ik een hotel teken, dan dat ik er één ben.