De Kippige Haan

Op een dag wordt Karel Haan
plots wakker in een waas.
In zijn haremkippenren
ziet hij slechts wat wazig hen
en vaag wat kippengaas

Varrdamme, zegt de Karel luid,
het wordt nu echt te veel.
Eerst gaven ze m’n kin een lel,
toen kreeg ik vies goor kippenvel,
nu moet ik aan de bril.

Was hij ooit de voorste man
luidruchtig, knap en wild,
een onweerstaanbaar kippenboutje,
de scharreldroom van menig vrouwtje,
nu lijkt hij uitgespeeld.

Maar Karel, onze kloeke held
is macho doch ook zen.
Dus roept hij naar zijn hele kliek
‘Mijn lichaam, hoewel magnifiek,
dat is niet wat ik ben!’

Liek Besselaar – 2020

Wat er in het mysterieuze zakje zat dat ik op straat vond.

 

Het is donker. Ik loop onder het balkon van een biljarthal door, waarop ik rokende, getatoeëerde mannen zie staan. De stank verziekt de lucht en ik voel hoe de afgekauwde peuken pletten onder mijn schoenen . De afgelopen nacht was het onrustig buiten. Rellende jongeren. Rondscheurende scooters. Vuurwerkbommen. Ik loop alleen, want de puber ligt al op bed en de hond moet nog uit.

Dan zie ik het liggen.

Een plastic zakje, dichtgebonden met een rood bandje. Er in zitten witte korrels, ze zien er wat glazig uit. Ik kijk om me heen en buk me om het zakje wat beter te bestuderen. Maar ik heb m’n bril niet op en zie alleen wat wazige kristalletjes.

Pillen. Drugs. Misdaad.

Ik kijk nog een keer om me heen. De mannen op het balkon lijken me niet opgemerkt te hebben en ik buk nog een keer om een haastige foto te maken van het goedje. Bang om de eigenaar tegen te komen, haast ik me naar huis.

Tijdens het lopen stuur ik de wat wazige foto naar mijn kinderen.
‘Weten jullie wat dit is? Ligt hier gewoon op straat bij het biljartcentrum.’
‘IJsblokjes?’ vraagt de middelste.
‘Crystal meth?’ vraagt de oudste.
‘Meth, nice,’ zegt de jongste. ‘Take it home, I could use some energy.’

Thuis zet ik mijn bril op en bestudeer de foto. Het geheel komt me bekend voor, maar het blijft bij een vage herinnering.

De volgende dag, in het volle zonlicht het winkelcentrum passerend, valt het kwartje. Ik weet weer waar ik het zakje eerder gezien heb. Het zat gratis bij de Hollandse Nieuwe die ik de week ervoor bij de visboer kocht.

Wat leren we hieruit?

Hier zijn de Twee Wijsheden van de Week:

1. Ons brein is niet te vertrouwen. Het trekt conclusies op basis van informatie die snel en makkelijk beschikbaar is. Als ik net bij de visboer een haring met uitjes had gekocht, zou ik het zakje meteen herkend hebben. Maar omdat ik net die louche mannen had gezien en de sigarettenrook van het drankhol nog in mijn neus hing, dacht ik aan drugs. Dit heet de ‘beschikbaarheidsheuristiek’ (dit kun je weer in je boekje schrijven, onder de w van woorden die ik nooit meer ga gebruiken).

2. Oudste kinderen hebben dezelfde denkpatronen als hun moeder; middelste kinderen doen het tegenovergestelde van wat de oudste en de jongste doen; jongste kinderen zijn het grappigst (voor deze conclusies bestaat geen wetenschappelijke basis maar als jongste kind vond ik het wel grappig).

Hoe Doody Doetlekker in deze tijd mentaal gezond blijft

specht

Dit is Doody. Doody Doetlekker.

 

Doody vliegt haar nest uit als het te druk wordt.

Lekker op bomen hameren.
Vleugels uitslaan.
Frisse snavel halen.
Badderen in de dichtstbijzijnde beek.
Van de tak op de tak springen.
Wormen vangen.
Beetje zingen.
Zo vrij als een, nou ja, als een vogel dus.
Heel natuurlijk.

Doody wordt daar blij van (en iedereen om haar heen ook).

Doody doet lekker wat ze zelluf wil.
Wees een Doody.

Een Psychologisch Poepverhaal

 

Zeven uur. Ik ben net opgestaan en loop met vette haren en uitgelopen mascara door het huis. Ik open de deur en de hond rent langs me heen om een plasje te doen in de tuin; ik gaap en krab aan een verse muggenbeet op mijn linker bovenarm.

Ik voer de hond en rommel een beetje in het huis dat geen rommel meer heeft sinds de laatste rommelmaker het huis uitging. De Man drinkt koffie en ik stap onder de douche. De Man vindt dat een goed plan en kleedt zich ook aan. Een half uur later wandelen we in de zon.

En dan gebeurt het. De Plottwist.

De hond loopt de grassige berm aan de linkerkant van de weg in. Ze buigt haar rug, om de grote boodschap een makkelijke weg naar buiten te bieden. Er verschijnt een keutel, die soepel op de grond valt. Maar het is nog niet klaar: een volgende bruine saucijs steekt zijn kopje naar buiten, op weg naar het groene gras. De veelbelovende coming out wordt echter bruut gehinderd door een meegebakken grasspriet, die ervoor zorgt dat de bolus aan de onfortuinlijke billen blijft hangen.

In paniek rent het beestje, nog steeds met gebogen rug, naar de berm aan de andere kant van de weg, terwijl de vijg vrolijk heen en weer slingert. Weer gaat ze in lanceerpositie zitten, en de Man en ik leven hevig mee. Nét als ik denk dat ik actief mee moet gaan helpen, valt het hoopje op de grond.

‘Jaaaa, goed zo!’ roepen we in koor, en we klappen simultaan in onze handen.

We kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Ja, het wordt tijd dat we stoppen met het gemis van de kinderen te vervangen door een obsessie voor de hond. Maar toch. Net als alle verhalen, heeft dit verhaal een les.

De drie lessen van dit poepverhaal

(Pak je agenda en je mooiste pen, misschien ook wat kleurpotloden en acrylverf, en schrijf de drie Wijsheden van de Week op. Toets ze voor de gezelligheid eens in situaties op je werk, met je kids of met je vrienden)

Wijsheid 1: Shit happens, ook als je niet ingrijpt
Wijsheid 2: Shit verdwijnt, ook als je niet ingrijpt
Wijsheid 3: Deel je shitverhalen, mensen kunnen er altijd wat van leren.

 

Leuk dat je meelas! Schrijf je hieronder in voor de nieuwsbrief, boordevol psychologerie met een glimlach, creatieve creaties en de volgende Wijsheden van de Week.