Corona-probleem

Ik was er vroeg vanochtend, bij de AH tegenover mijn flat. Er lag genoeg in de schappen, wat fijn was want ik had een flinke boodschappenlijst. Ik wilde deze week maar één keer de drukte in.

Tomaten stonden ook op dat lijstje. En die waren in de bonusaanbieding. Dus trok ik een plastic zakje en friemelde om ‘m open te vouwen.

Normaal gesproken lik ik altijd eerst even aan mijn vingers. Maar hee, daar zat nu misschien een gevaarlijk virus aan, dus dat was geen optie. Ik bleef friemelen en frummelen om dat zakje open te krijgen. De tomaten lagen ondertussen geduldig naar me te lonken in hun bonusbakken.

Na minstens twee minuten was het nog steeds niet gelukt. Waarschijnlijk waren m’n vingers zó schoon van het vele wassen dat ze te droog waren om grip te krijgen op het transparante tasje. Ik moest ze nat maken.

Even verderop vernevelden de vernevelaars de courgettes. Ik ging op m’n tenen staan om mijn vingers in de natte mist te kunnen houden; de schaamte voor mijn mede-shoppers was ik inmiddels voorbij. Met miniem natte vingers probeerde ik het na een minuut weer, maar het zakje bleef zijn kaken stijf op elkaar houden.

Even keek ik naar de voorverpakte tomaten, klaar om mee te nemen. Maar dat kon mijn milieubewuste hart niet verkroppen. Een man liep voor me langs en greep een zakje.

Ik haastte me naar hem toe en gluurde op anderhalve meter afstand of hij het wél voor elkaar kreeg, zonder spuug. Ik stond al klaar met een ‘moeilijk hè, zonder aan je vingers te likken?’ maar helaas: hij wreef twee keer met zijn kolenschoppen over het plastic en het zakje ging open.

Helemaal over de rooie scheurde ik met grof geweld een nieuw zakje uit de standaard en probeerde het nog één keer. Het gleed open. Vlug gooide ik het vol met tomaten en deed het oude zakje in mijn broekzak om thuis mee te oefenen.

Want wie weet leven we straks in een wereld waarin je nooit meer aan je vingers kan likken en dan ben ik Koning.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

15 − 10 =