Waarom Top Gun 2 me aan het huilen maakte

Zondag naar Top Gun 2 geweest. Gekwijld, maar dat geheel terzijde.

Zo’n 29 jaar geleden – ik was stewardess bij KLM – vloog ik van Amsterdam naar Goosebay, om een stel fighter pilots weg te brengen. Zij trainden daar hun ‘laagvliegskills’. Dezelfde dag vlogen we de collega’s die ze aflosten van Goosebay naar Amsterdam.

Daar zat hij bij, de Man waar ik anderhalf jaar later mee trouwde. (Kwijlend, want meine gute wat was hij knap.)

Thuisgekomen van die Goosebay-vlucht keek ik op zijn aanraden de film Top Gun. Het was een goede weergave van hoe het vliegen van straaljagers werkt, had hij gezegd. In de jaren daarna keken we hem nog vaak samen en – lucky bastards – lieten we hem zien aan onze zoon, aan onze tweede dochter en aan onze derde wolk.

We vlogen vóór ons huwelijk nog een jaar samen bij KLM. Jong, verliefd en de toekomst aan onze voeten. En na bijna 40 jaar tot in zijn tenen piloot te zijn geweest, gaat de Man over twee weken met pensioen.

Ik vloog de laatste maanden zoveel mogelijk met hem mee en het voelde net als vroeger. We genoten en genieten op ons allerhardst van de laatste weken bij de blauwe club. En het besef dat aan alles een eind komt is bitterzoet.

Bitter, omdat Arno tegen zijn wil moet stoppen met de baan die hem past als een opgeblazen zwemvest. Zoet, omdat we nu vrij zijn om te besluiten hoe we de rest van onze leeftijd willen gaan doorbrengen.

On top of that zijn we heel dankbaar dat we het samen nog net zo leuk hebben als in de tijd van die eerste Top Gun-film. Dat Top Gun 2 op dit moment uitkomt is dus een mooi voorbeeld van een cirkel die rond is. Vanaf nu wordt alles anders en ja, ik kijk er steeds meer naar uit.

Bijna kwijlend.

 

Een Psychologisch Poepverhaal

 

Zeven uur. Ik ben net opgestaan en loop met vette haren en uitgelopen mascara door het huis. Ik open de deur en de hond rent langs me heen om een plasje te doen in de tuin; ik gaap en krab aan een verse muggenbeet op mijn linker bovenarm.

Ik voer de hond en rommel een beetje in het huis dat geen rommel meer heeft sinds de laatste rommelmaker het huis uitging. De Man drinkt koffie en ik stap onder de douche. De Man vindt dat een goed plan en kleedt zich ook aan. Een half uur later wandelen we in de zon.

En dan gebeurt het. De Plottwist.

De hond loopt de grassige berm aan de linkerkant van de weg in. Ze buigt haar rug, om de grote boodschap een makkelijke weg naar buiten te bieden. Er verschijnt een keutel, die soepel op de grond valt. Maar het is nog niet klaar: een volgende bruine saucijs steekt zijn kopje naar buiten, op weg naar het groene gras. De veelbelovende coming out wordt echter bruut gehinderd door een meegebakken grasspriet, die ervoor zorgt dat de bolus aan de onfortuinlijke billen blijft hangen.

In paniek rent het beestje, nog steeds met gebogen rug, naar de berm aan de andere kant van de weg, terwijl de vijg vrolijk heen en weer slingert. Weer gaat ze in lanceerpositie zitten, en de Man en ik leven hevig mee. Nét als ik denk dat ik actief mee moet gaan helpen, valt het hoopje op de grond.

‘Jaaaa, goed zo!’ roepen we in koor, en we klappen simultaan in onze handen.

We kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Ja, het wordt tijd dat we stoppen met het gemis van de kinderen te vervangen door een obsessie voor de hond. Maar toch. Net als alle verhalen, heeft dit verhaal een les.

De drie lessen van dit poepverhaal

(Pak je agenda en je mooiste pen, misschien ook wat kleurpotloden en acrylverf, en schrijf de drie Wijsheden van de Week op. Toets ze voor de gezelligheid eens in situaties op je werk, met je kids of met je vrienden)

Wijsheid 1: Shit happens, ook als je niet ingrijpt
Wijsheid 2: Shit verdwijnt, ook als je niet ingrijpt
Wijsheid 3: Deel je shitverhalen, mensen kunnen er altijd wat van leren.

 

Leuk dat je meelas! Schrijf je hieronder in voor de nieuwsbrief, boordevol psychologerie met een glimlach, creatieve creaties en de volgende Wijsheden van de Week.

HET JAAR DAT MIJN NEST LEEGLOOPT EN IK OP SNODE PLANNEN BROED

Deze september beland ik in een nieuwe fase van m’n leven: de fase van het lege nest.

En bij de start van het schooljaar, als KindNr3 op de trein stapt naar Leiden, vlieg ik in mijn eentje naar Rome, terwijl de Man in Nederland achterblijft voor een 14-daagse cursus. En laat ik de Hond ook nog achter. En zit ik daar. Alleen te zijn. In m’n uppie. In m’n lege nest.

De eerste avond plof ik al om half vijf voor de televisie neer met Joppiechips en stokbrood met aïoli. En Sangria, wat ik normaal nooit drink. Om negen uur ben ik de televisie zat en misselijk van die vieze stinkchips en sjok ik naar bed. Niemand vindt het ongezellig. Niemand houdt me wakker met Chance the Rapper. Niemand vraagt of ik weet waar haar zwarte broek is.

Ik slaap als een pasgeboren baby op de Sangria, maar als de wekker gaat fluistert het lege huis dat ik beter kan blijven liggen. Ik draai me nog een keer om, maar een laatste restje wilskracht vlamt in me op en praat op me in. Dat ik hier juist naar uitkeek. Dat ik de hele dag kan doen wat ik wil en dat ik nog zoveel wil. Dat er werk op me wacht.

Zuchtend gooi ik mijn benen over de rand van het bed en blijf zo zitten, mijn blik op mijn slappe buik, mijn schouders op standje moedeloos.

Dit is het. Dit is de rest van mijn leven. (Sidenote: dit is licht overdreven want ik heb een smeuìge echtgenoot en waanzinnig leuke kids, maar ik wilde even de sfeer schetsen)

Ik laat m’n benen op de grond zakken – ik heb een heel hoog senioren-achtig bed – trek m’n trainingsbroek aan en doe mijn ochtendwandeling, zonder hond. Het is minder leuk, maar ik doe ‘m wel. Thuisgekomen doe ik mijn oefeningen, douche ik koud en eet ik een halve meloen met wat noten.

Ik voel me al een stuk beter.

Maar de leegte blijft aan m’n hoofd zeuren. De hele dag. Het zit vanbinnen, in m’n maag en in m’n longen, alsof ik een stofzuiger heb ingeslikt die even lekker grondig de boel vacuüm trekt.

Want het is een feit: Hotel Mama is na veel succesvolle jaren definitief gesloten. Mama kan gaan vliegen, maar mama’s vleugels zijn een beetje stijf van 24 jaar in en om dat nest heen scharrelen.

En ik heb echt niet stilgezeten. Ik volgde teken- en schilderlessen, deed een gedegen schrijfopleiding, studeerde serieuze psychologie, schreef wat verhalenboekjes, was freelance redacteur, gaf wat kindertrainingen en had tussen neus en lippen door een eigen coachpraktijk. En toch kreeg ik regelmatig de vraag ‘wanneer ik weer ging werken’. Waarschijnlijk omdat ik mezelf nooit echt als een werkende zag. Ik was vooral een mama.

Ik zet een pot thee en hoor de stilte, en al sippende in mijn heerlijke huis en in mijn heerlijke leven voel ik het opkomen: zo’n gevoel van ontlading, bevrijding, zin in wat er komt. En dan besluit ik het: dit wordt mijn jaar.

Dat boek uitgeven. Goeie en gezonde leefgewoontes maken en volhouden en dan een online cursus erover maken. Uitvinden wat ik nou echt nog zelf wil en daarover bloggen. In één jaar tijd mega-succesvol worden, wat succes dan ook is, en daarmee anderen inspireren. En die camper bij elkaar sparen, zodat ik overal en altijd kan tekenen en schrijven. Vrij.

Vanaf vandaag ga ik deze blog bijhouden met mijn schrijfsels, aangevuld met tekeningen en overgoten met wat psychologerij. Wil je me zien struikelen, vallen, opstaan en weer doorgaan? Lees dan lekker mee. Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen of tips en inspiratie om ook uit te vliegen? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief. Als bonus krijg je gratis drie van mijn illustraties digitaal in je inbox, om uit te printen en in een lijstje te doen.

We gaan van start! Eén ding weet ik zeker: dit wordt het jaar van nieuwe kansen. Voor ons allemaal.

 

Liefs, Liek.